Dit laatste is een interessant fenomeen, aangezien de wetgever in dit artikel duidelijk aangeeft dat in ieder geval voor rekening blijft van de aanvrager:
a) schade in de vorm van een inkomensderving: een gedeelte gelijk aan 2% van het inkomen onmiddellijk voor het ontstaan van de schade;
b) schade in de vorm van een vermindering van de waarde van een onroerende zaak: een gedeelte gelijk aan 2% van de waarde van de onroerende zaak onmiddellijk voor het ontstaan van de schade.